Blog week 2 Nieuwe media & samenleving

Twittergebruik onder Duitse en Nederlandse politici

Social media zoals twitter bieden Duitse en Nederlandse politici grote en goedkope mogelijkheden om een positief beeld van zich zelf te scheppen, om in dialoog te gaan met een groter publiek en te verwijzen naar informatie die de kiezer moet overtuigen van het gelijk van de politicus of diens blijk van het volgen van belangrijke gebeurtenissen. Zij kunnen zelf beslissen wat zij van zichzelf en welke informatie zij belangrijk vinden, delen. Ze kunnen op die manier een virtuele gemeenschap vormen met een – liefst goedwillende en goedkeurende – achterban, potentiële kiezers en met journalisten van de traditionele of oude media – krant, televisie, radio etc.-  (vgl. Shao, 2009). Politici zullen twitter dus vooral  gebruiken vanwege de verwachte positieve voordelen en terug moeten slaan indien gezichtverlies dreigt (vgl. LaRose & Eastin, 2004).

Nederlandse politici gebruiken twitter meer (56 % bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010) dan politici in Nordrheinwestfalen (26 % bij de landtagsverkiezingen in 2010). Ook de Britse politici gebruiken twitter maar half zoveel als de Nederlandse (Graham, Jackson & Broersma, 2014). In het licht van de boven vermelde literatuur is een dergelijk groot verschil in het gebruik van twitter moeilijk verklaarbaar. De politici verwachten immers in elk van de genoemde landen dezelfde voordelen en hebben dezelfde kans op gezichtsverlies.

Langs de weg van politieke cultuurverschillen, in het artikel van Graham, Jackson en Broersma aangeduid als ´old habits’, zal ik proberen tot een verklaring van het gebruik van twitter door politici in Duitsland en Nederland te komen. De politieke culturen in Nederland en Duitsland verschillen van elkaar, waarin ook de onderscheiden kiesstelsels en financiële middelen van de politici zijn begrepen.

Partijen en kandidaten in Duitsland hebben een hoger te besteden budget en zijn daarom minder afhankelijk van het goedkope internet om zichzelf te kunnen profileren. In Nederland kennen we het systeem van evenredige vertegenwoordiging i.t.t. Duitsland, dat een verkapt districtenstelsel heeft waarbij de banden tussen kandidaten en politici enger zijn dan in Nederland. De Duitse kandidaten kunnen zich een dure website permitteren en besteden meer geld aan het organiseren van dure evenementen met hun achterban. Daardoor komen zij vervolgens vanzelf in de traditionele media terecht. De Nederlandse kandidaten focussen zich vooral rechtstreeks op de media om aandacht te generen (Graham, Jackson, Broersma, 2014). Twitter kan door politici ook gebruikt worden om bijvoorbeeld de tegenkandidaat negatief af te schilderen. Dit laatste zullen zij via twitter minder snel doen, omdat zij bang zijn dat de tegenkandidaat hen vervolgens ook negatief zal afschilderen. Omdat er dan geen sprake is van een debat waarbij partijen om de inhoud debatteren zoals in het parlement waarbij niemand van buitenaf zich kan mengen, kan dat bij twitter wel het geval zijn en voordat de kandidaat er erg in heeft is er al een grote rel ontstaan. Nederland kent een politieke cultuur waarbij consensus een grote rol speelt en waarbij negative campaigning negatief uitpakt bij het vormen van coalities. Duitsland kent een concordance democratie waarbij de meningsverschillen luid en duidelijk in het debat naar voren komen en de partijen lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan. Er is altijd een verliezer en een winnaar. Nederlandse politici gebruiken social media daarom vooral om een virtuele gemeenschap te creëren door zichzelf te profileren, Duitse politici zijn terughoudender met twitter omdat zij andere mogelijkheden hebben door een ruimer budget. Politieke cultuurverschillen tussen Duitsland en Nederland vormen zo een hoofdoorzaak ter verklaring van de verschillen in het gebruik van twitter.

Graham, T. & Jackson, D. & Broersma, M. (2014). New platform, old habits? Candidates’ use of Twitter during the 2010 British and Dutch general election campaigns. New media & society, august 2014  http://nms.sagepub.com/content/early/2014/08/12/1461444814546728

LaRose, R. & Eastin, M.S. (2004). A Social Cognitive Theory of Internet Uses and Gratifications: Toward a New Model of Media Attendance. Journal of Broadcasting & Electronic Media 48(3), 358-377.

Shao, G.: Understanding the appeal of user-generated media: a uses and gratification perspective. Internet Research 19 (1), 7-25.

Empirisch Scriptie-onderzoek: Politieke cultuurverschillen tussen Nederlandse en Duitse parlementsleden tijdens de verkiezingen van 2010.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s